Louis de Rijks (Foto: Eindhovens Dagblad)
  • Za 23 Juli

Eindhoven maakt kunst: Louis Derijks

Derijks zou je met zijn 81 jaar wel de ‘nestor’ van de Eindhovense kunstenaars kunnen noemen. Als zijn gezondheid een beetje meewerkt, gaat hij het liefst nog elke dag naar zijn atelier aan de Leenderweg, waar hij al dertig jaar schildert. Het pand, dat hij huurt van Trudo, was eigenlijk net als de andere huizen in het rijtje als woonhuis bedoeld. Dankzij bemiddeling van de Kunststichting mocht hij het toch als atelier blijven gebruiken. ‘Dit is een goed atelier, ik zou niet meer anders willen.’

Monnik
Louis Derijks werd in 1929 geboren in Aalst als oudste in een gezin van zes kinderen. Zijn vader was zakenman in de textielindustrie, zijn moeder was onderwijzeres. Van jongs af aan was hij bezig met tekenen, schilderen, muziek maken en gedichten schrijven. Kort voor de oorlog verhuisde het gezin naar Deventer. De jonge Louis, die op school voor alles onvoldoendes haalde, maar voor tekenen steevast tienen kreeg, wilde monnik worden. Hij ging het klooster in en was ook daar alleen maar bezig met tekenen – maar een monnik moet ook studeren. Uiteindelijk vond hij zijn plek op de kunstacademie in Arnhem. Het kerkelijke bleef trekken, en Derijks specialiseerde zich in het maken van glas-in-lood ramen. Daarnaast bleef hij schilderen en tekenen.

Schilderij van Louis

Zintuiglijk
‘Kom maar mee,’ zegt Derijks, en loopt door het atelier, dat aan de straatkant ligt, via de keuken naar de achterkamer. Tegen de wanden en in rekken staan schilderijen. Hier en daar trekt hij er één uit. Abstracte doeken van vaak flinke formaten, met krachtige lijnen en kloeke vormen. Vaak is op het doek papier geplakt, of touw, of jute. De kleuren zijn overwegend rood, zwart, wit en oker. Soms is er een kruisvorm in te herkennen, of een geschreven tekst. ‘Ik hou van kalligrafie, en ik hou van structuren’, zegt hij. ‘Van verf, of gekreukt papier, of textiel. In mijn werk is de hand van de maker altijd te zien, net als bij een beeldhouwer die zijn vingerafdrukken achterlaat in de klei. Kunst is voor mij zintuiglijk. Ik wil het kunnen voelen, ruiken en zien.’ Op de grote werkbank midden in het atelier ligt een doek waar hij nu aan werkt. Het canvas is van een legerplunjezak, de oogjes aan de bovenrand zitten er nog in. Daar overheen heeft Derijks een stuk van een Chinees kamerscherm geplakt, waar in dik reliëf een weelderige vogel op geborduurd is. De laag okergele verf die hij over deze ondergrond heeft aangebracht, is nog nat.

Kijken
Na zijn kunstopleiding ging Derijks lesgeven. Zo kon hij in zijn levensonderhoud voorzien – om subsidie heeft hij nooit gevraagd. Eerst gaf hij een paar jaar tekenles op een meisjesschool, en daarna werkte hij tien jaar aan de Academie St. Joost in Breda. ‘Ik heb mijn leerlingen maar één ding geleerd: kijken. Kijken is de basis voor iedere kunstenaar. Kijken, en liefhebben. Houden van wat je ziet.’ Hij is kritisch over wat er vandaag de dag door veel jonge kunstenaars gemaakt wordt. ‘Een plastic stoeltje met een prop papier ernaast – daar kan ik niks mee. En ook met digitale technieken heb ik moeite. Daarbij mis je het zintuiglijke. Ik vind zelf dat een kunstenaar uit moet gaan van de natuur, en van wat hij met zijn eigen handen kan maken. Vakwerk.’

Spontaan en eerlijk
Met liefde spreekt Derijks over zijn kleindochter. ‘Ze is nu 14 en kan verrekte goed tekenen. Vroeger kwam ze vaak bij mij in het atelier, dan trok ik haar een t-shirt van mij aan, dat tot haar knietjes kwam. Dan gingen we samen met verf in de weer. Aan het eind van de dag boende ze zich af met garagezeep. Kinderen zijn spontaan, en eerlijk. Zo moet een kunstenaar ook werken.’

Het spelende kind dat Derijks in de jaren ’30 was, is nooit ver weg. De monnik die hij ooit wilde worden, trouwens ook niet. Hij maakt zelf inkt van de schillen van walnoten, een kaarsenstandaard van een fietszadel, een fluit van een bamboestengel. ‘Ik geniet van het spelen met al die materialen. Het liefst trek ik de deur hier achter me dicht en werk ik helemaal in mijn eigen wereld. Dit is mijn eigen abdijtje.’

www.louisderijks.nl

Foto: Jurriaan Balke via Eindhovens Dagblad

Tekst door Anneke van Wolfswinkel