Hoi!
  • Wo 28 September

De kinderen van Eindhoven

`Hoi!’ Dat roepen Eindhovense kinderen algauw, spontaan en lachend. Bijvoorbeeld in de supermarkt. Een jongetje staat met zijn mam en een lolly in de afrekenrij. Hij kijkt me aan, ziet dat ik naar hem kijk, lacht en zegt `Hoi!’

Hij is toegankelijk, gewoon, dat is-ie, net als tienduizenden andere kids van deze stad. Wat is dat? Brabants? Zuidelijk? In elk geval: het is Eindhovens. En dan al die beige, bruine en zwarte kinderen in deze stad? Die hebben het overgenomen: de grote vraagogen, de opgestoken hand, het `hoi’. Kleine meisjes giechelen er lief en gezellig op los.

Het valt me trouwens op dat de kinderen een andere motoriek hebben dan de grote mensen, bijvoorbeeld bij iets aanwijzen steken we bescheiden een vinger in die richting. Kinderen wijzen heel GROOT en nadrukkelijk op iets, hele armpje schiet omhoog of in de richting van het te-bekijken-iets.

O ja, even een taalverschijnsel tussendoor: de voorzetsels. In mijn Gooise jeugd zat ik op korfbal en op dansles. In Eindhoven zitten de kinderen overal onder: dus onder ballet, onder judo.

Terug naar het Eindhovense kind an sich: het is nieuwsgierig en niet verlegen. In mijn ontmoetingen van de laatste weken noteerde ik de volgende vragen en mededelingen. `Waarom heb jij een hoed op?’ `Heb jij geen hond?’ `PSV gaat winnen, hè?’ `Jij praat heel anders dan ons!’ `Waarom heb jij zo’n baard? Kriebelt dat niet?’

Laatst was er bij het station een jongetje dat me nariep: `Hé, meneer, je verliest wat!’
Wat attent, dacht ik, en ik vroeg:`Wat verlies ik?’

`Je voetstap! Haha!’
Wat een flauwe ouwe mop!
`Waar kom jij vandaan?’ zei ik.
`Uit Weesp,’ zei hij. `Hoezo?’

Illustratie: Niels Bakkerus

Tekst door Herman Pieter de Boer