PeterKentie_040fotografie
  • Vr 4 Mei

Peter Kentie “Wij zijn een stad van scheppers”

Hij is net 52 geworden en inmiddels al bijna een half jaar stadsmarketeer ofwel de promotor van Eindhoven. Tijd dus voor Hallo040-vragen aan: Peter Kentie.

Bevalt de baan?
‘Het heeft me nu al meer gebracht dan ik van te voren had gedacht. Ik heb in mijn vorige banen altijd wel een bij de stad betrokken leven gehad, maar in deze functie als directeur van Eindhoven365 heb ik een aantal onverwachte aspecten van Eindhoven gevonden. Op het gebied van cultuur bijvoorbeeld. Ik zie nu meer theater dan ooit.’

Wat is een stadsmarketeer eigenlijk?
‘Pfff, daar vraag je me wat. Onze rol met Eindhoven365 is inspireren en de spelers in deze stad een spiegel voorhouden. Het merk Eindhoven helder maken en doelgericht communiceren. Duidelijk maken dat als je als Eindhoven een scherp profiel wilt ontwikkelen dat je ook consequent vast moet houden aan je keuzes. En dat je verder moet kijken door zaken die ‘off brand’ lijken, ook dicht op de merkpijlers te krijgen. Voorbeeld? Neem de Eindhovense marathon. Voor de organisatie is het belangrijk dat de winnaar een record loopt, want dan telt de marathon internationaal meer mee. De aandacht van de organisatie gaat dus vooral uit naar een internationale toptijd. Maar je kunt ook een nieuwe stap zetten, de marathon verder technologiseren. De lopers begeleiden met elektrische fietsen en kijken wat voor diversiteit aan data, wat voor informatie die marathon oplevert. Zodat je een digitaal profiel van die duizenden deelnemers kunt maken waardoor iedereen tijdens het lopen te volgen is door familie, vrienden en zo meer.’

De makke van Eindhoven is misschien dat de stad teveel wil zijn: sportstad, zonneboilerstad, lichtstad, technologiestad, designstad. Jij vindt dat het minder moet.
‘Het probleem van Eindhoven: de vele vormen van tijdelijkheid. We doen veel in korte tijd en dan vervlakt het weer. Volgens mij bestaat het DNA van Eindhoven uit drie dingen: technologie, design en kennis. Maar technologie en design zijn in het dagelijkse leven hier niet altijd merkbaar. Dat moet scherper. De Dutch Design Week is een groot succes – de hele wereld komt hier kijken – en dat moeten we vooral zo houden. Maar ervoor en erna zie je in het stadsbeeld nergens dat wij top op het gebied van design zijn. Als je uit het station stapt, moet je direct kunnen zien dat Eindhoven design ademt.’

Maar de stad lijkt wel op veel punten te scoren. Neem de uitverkiezing tot beste binnenstad. Daar moet je toch een goed gevoel bij hebben?
‘Ik onderstreep altijd ter uitleg: de beste binnenstad, niet de mooiste. Die zullen we nooit winnen, we hebben geen grachten en middeleeuwse pandjes. Onze kracht ligt elders. Deskundigen noemden die uitverkiezing het wonder van Eindhoven. En dat komt omdat we hier andere dingen hebben dan steden met het mooiste of oudste centrum. De kwaliteit van Eindhoven is dat het ondernemers de ruimte biedt om hier bijzondere dingen te realiseren en een bruisende stad te ontwikkelen. En dat werkt. Nu komen andere steden, van Alkmaar tot aan België, hier kijken wat we doen en hoe we hier met zijn allen samenwerken. Het ‘product Eindhoven’ is nu redelijk op orde. Het concept is goed, de inhoud klopt, vervolgens moeten we de passende verpakking er bij geven en de juiste plek in het schap opzoeken als metafoor. Zodat mensen ons moeiteloos weten te vinden. We moeten de boel nu verder scherp stellen op basis van de geweldige flow waarin de stad nu is.’

En dan zijn we ook nog eens de slimste regio. Hoe wil je daar op voortbouwen?
‘We zijn actief betrokken bij de nieuwe Dutch Technology Week in juni, als sluitstuk van de periode dat we ons de slimste regio van de wereld mochten noemen. We gaan dus elk jaar terugkijken op deze onderscheiding door in een week een aantal activiteiten en evenementen te organiseren waar techniek beleving centraal staat. Die beklijft dus. Iedereen, van ASML en VDL tot de TU/e, is daar razend enthousiast over en vooral ook mee bezig.’

Zijn technologie, design en kennis de parels van Eindhoven?
‘Ik zie die drie gebieden eerder als het parelsnoer en de evenementen als de parels. De stad moet een permanente showcase worden, een experimenteerplek met deze drie elementen als de dragers. En de bewoners zijn de ambassadeurs; zij zijn het die uitstralen wat Eindhoven is, zij vormen de bewijsvoering van wat we zijn. Het gaat niet alleen om de bovenstroom, maar juist ook om de hyperactieve onderstroom, de urban scene in de stad. Om wat mensen zelf allemaal bedenken en doen. Alles moeten in elkaar overlopen, zodat Eindhoven nog meer een spannende, bruisende stad wordt. De overheid moet dat stimuleren en ondersteunen. En er moet genoeg ruimte zijn voor het tegendraadse.’

En wat zit je dwars in deze stad?
‘We doen te weinig met het water in Eindhoven. Er is, op dat bij het Van  na, geen enkel terras in deze stad aan het water. Terwijl we veel en mooi water hebben. En de stad heeft geen entree. Hoe je de stad op verschillende plekken binnenkomt, verschrikkelijk gewoon. Maar… de tomeloze ambitie van Eindhoven mist gelukkig de arrogantie die andere steden hebben. Wij hebben in het Stadswandelpark dat mooie observatorium van Anton Philips. Dat zie ik als een metafoor voor het grote denken in deze stad, het verder durven kijken dan naar het kleine stadje alleen. Want ja, Eindhoven is klein. Maar we zijn een stad van scheppers, van carrières, van leven. Daar ligt onze sleutel.’

www.eindhoven365.n

Tekst door Paul Kokke