2011_0428
  • Do 26 April

TU Eindhoven niet lang meer een mannenbolwerk

De Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) was jarenlang een mannenbolwerk. Daar komt nu verandering in. Op alle niveaus rukken vrouwen op in de organisatie. Alleen de vrouwelijke hoogleraren en universitaire (hoofd)docenten blijven jammerlijk achter. Het bestuur van de universiteit onderzoekt nu waarom vrouwen precies afhaken in deze fase. TU/e heeft slechts 16 vrouwelijke professoren op een totaal van 234.

Wetenschap
Een rector magnificus van de prestigieuze Amerikaanse universiteit Harvard beweerde nog vrij recent dat vrouwen ongeschikt zijn voor de wetenschap. Dat soort boude uitspraken wordt in Eindhoven al lang niet meer gedaan. “Deze discussie zijn wij gepasseerd. We hebben het meer over hoe we talent kunnen aantrekken,” aldus Ruth Oldenziel, een van de zestien vrouwelijke professoren die de TU/e rijk is. “Wij staan in Eindhoven nu vooraan als het gaat om het aantrekken van meer vrouwen op alle posities, maar ik moet wel toegeven dat we van ver zijn gekomen. Nergens anders in de Nederlandse universitaire wereld waren zo weinig vrouwen als in Eindhoven.”

Turkije
Landelijk gezien is in Nederland slechts 12% van de hoogleraren vrouwelijk. Op Europees niveau was de doelstelling voor 2010 zo’n 25%. ‘Vreemd’ genoeg was in Turkije in 2006 een kwart van de hoogleraren vrouwelijk. Dat moet in Nederland ook kunnen zou je denken. De TU/e is bezig met een serieuze inhaalslag. Vier jaar geleden hadden vrouwelijke profs in totaal slechts 2,3 volledige aanstellingen (fte). In 2011 was dat 9,1 aanstellingen verdeeld over 16 mensen: dus bijna vier keer zoveel. “Ik durf nu te beweren dat we van de 14 universiteiten het beste scoren als het gaat om de mentaliteit over deelname van vrouwen, en maatregelen die dat ondersteunen”, zegt professor Oldenziel. “In de toekomst gaan we dat ook zien in de werkelijke aantallen hoogleraren.”

Boegbeeld
Oldenziel is door het College van Bestuur (CvB) officieel benoemd als ‘boegbeeld’ van het beleid om meer vrouwelijk talent aan te trekken. Tevens is er een taskforce in het leven geroepen om de carrières van vrouwen in de wetenschap te volgen. CvB-voorzitter Arno Peels bewaakt de voortgang van het proces ‘zeer intensief’ volgens Oldenziel. “Ik geef zelf invulling aan mijn functie van boegbeeld”, vertelt ze. “Dat doe ik op allerlei manieren. Zowel naar buiten toe als intern. Ik probeer te fungeren als rolmodel voor jongere wetenschappers.” Oldenziel is een internationale autoriteit op het gebied van de Amerikaans-Europese techniekgeschiedenis.

Klankbord
De TU/e heeft een reeks maatregelen genomen om misstanden tegen te gaan. Het actieve Women in Science Eindhoven (WISE) fungeert ondermeer als klankbord voor het CvB, maar ook als ondersteuning voor vrouwelijke wetenschappers op de TU/e. In elke benoemingscommissie voor hoogleraren hebben twee vrouwen zitting. Onderzoek heeft namelijk uitgewezen dat mensen het liefst – bewust of niet – personen aannemen die op zichzelf lijken. En de beslissers waren in het verleden dus vooral oudere, blanke mannen.

Ruimte
Een van de nieuwe vrouwelijke professoren van de TU/e is Caroline Hummels, hoogleraar Design Theory of Intelligent Systems. “Vrouwen denken en werken wel anders dan mannen”, zegt Hummels. “Daarom moet er ruimte zijn voor onderlinge verschillen. Het aardige is vervolgens dat mensen elkaar weer vinden in een geheel. Wij letten uiteraard op de man/vrouw-verdeling, maar dat zijn niet de enige verschillen. We moeten ook omgaan met culturele verschillen; de wetenschap is steeds meer internationaal.” Vorig jaar benoemde de TU/e de jongste vrouwelijke hoogleraar van Nederland. Prof.dr.ir. Maaike Kroon (31) sprak onlangs haar entreerede uit als hoogleraar Scheidingstechnologie. Zij wordt geroemd om haar oplossingen die opvallend vaak buiten de gebaande paden liggen. Haar onderzoek draait het scheiden van stoffen en wat dat kan opleveren.

Kinderziektes
De universiteit heeft in 2005 een Tenure Track ingesteld, een speciaal carrièrepad voor getalenteerde vrouwelijke onderzoekers. Daarin zijn wat kinderziektes geweest. “Een en ander wordt nu beter begeleid en systematischer aangepakt wat betreft financiering. Het loopt nu goed,” aldus Oldenziel. De Tenure Tracks worden nu voor de helft gefinancierd door het CvB en de helft door de betreffende faculteit. Ook het ‘mentoring’ programma brengt goede resultaten en is verder uitgebreid. Jonge academici worden gekoppeld aan profs met een gevestigde carrière. De jonge mensen krijgen advies en praten over de hobbels die ze tegen komen. “Zo ontstaat wederzijds begrip tussen mannen en vrouwen aan de universiteit,” aldus Oldenziel.

Foto’s: Bart van Overbeeke

Tekst door Paula van de Riet