MoMA_art
  • Di 18 Oktober

Hacking the City, op zoek naar de vrijheid van de openbare ruimte

Door alle regels voelen we het niet zo. Maar de openbare ruimte, de naam zegt het al, is eigenlijk van ons allemaal. Tijdens de Dutch Design Week onderzoeken meer dan twintig ontwerpers, architecten, kunstenaars en wetenschappers die vrijheid. Samen gaan ze de stad Eindhoven ‘hacken’.

Een heuse dependance van het bekende Museum of Modern Art (MOMA) zal er tijdens de DDW te zien zijn op het Stadhuisplein in Eindhoven. Niet in het echt maar virtueel, met een smartphone en de app van het Nederlandse bedrijf Layar. Met die app zijn als het ware objecten in de virtuele ruimte te plaatsen. Zo viert de media-kunstenaar Sander Veenhof het 1-jarig bestaan van zijn project ‘We AR in MoMA’. Samen met de Amerikaanse collega Mark Swarek heeft Veenhof de techniek van augmented reality (AR) toegepast om een virtuele tentoonstelling in te richten in het New Yorkse museum. Ook hing hij al eens een virtuele ballon in de presendentiële Oval Room in het Witte Huis, waarop twitter-boodschappen konden worden geplaatst.


Ondeugend
Veenhof, overigens ook één van de drie genomineerden voor de Young Designer Award, is met zijn project deelnemer van ‘Hacking the City’. Dat is het thema van PULS 2011, het jaarlijkse event dat voor de derde keer plaats vindt. Meer dan twintig ontwerpers, architecten, kunstenaars en wetenschappers dragen bij aan een tentoonstelling rondom stedenbouw, design, kunst en architectuur. Samen tasten ze de grenzen af van de publieke ruimte, om de vrijheid ervan opnieuw te ontdekken. Hier en daar dringen ze spontaan en ongevraagd binnen. Ze verrassen of verbazen, en soms ‘verstoren’ ze daarbij de openbare orde. Ondeugend misschien, maar altijd met een knipoog.

Robin Hood
Het idee van urban hacking en hacking the city bestaat overigens al een aantal jaren. Het zijn verzamelnamen voor activiteiten van multimedia- en straatkunstenaars, webdesigners, muzikanten en communicatie-guerrilla’s die van zich doen horen en spreken in de openbare ruimte. “Hacken heeft voor sommigen een negatieve lading,” zegt initatiefnemer René Paré van MAD emergent art center. “Maar eigenlijk staat het voor onderzoeken. De oorspronkelijk computer-hackers deden eigenlijk niets anders dan het testen van de veiligheid van systemen. Als ze ergens zomaar binnen konden komen, lieten ze vaak een grappige boodschap achter voor de systeembeheerder om hem te wijzen op het lek.” Een soort Robin Hood’s waren het dus, en geen criminelen. “Beschaving wordt spelenderwijs ontwikkeld,” vindt Paré.

Natuursuper
Tijdens de DDW toont Hacking the City een twintigtal projecten in het voormalige NatLab op Strijp-S, van tijdelijke tuinen op braakliggende terreinen (‘Natuursuper’ van Marije van der Park) tot aanwezigheid op twee plekken tegelijk (‘Bilocatie’ van Frans Franssen). Ook het bekende SENSEable City Lab van het Massachusetts Instutute of Technology (MIT) doet mee met enkele projecten, waaronder interessante real time visualisaties van stedelijk leven aan de hand van digitale data (LIVE Singapore!) en informatiestromen van en naar New York (New York Talk Exchange, NYTE).

Geursporen
Vijf deelnemers maken speciaal voor deze tentoonstelling nieuw werk. Naast de genoemde Sander Veenhof zijn dat de kunstenaar-architect Ralph Brodruck, grafisch ontwerper Marcel Sloots, componist Kees Tazelaar en ontwerper Bas Geelen.. Hiervoor is 5500 euro bij elkaar geschraapt door middel van crowdsourcing via de website VoorDeKunst. De vijf projecten zijn live interventies, temidden van bezoekers die het proces meemaken en soms beïnvloeden. Verder zijn er concerten, lezingen, wellicht onverwachte activiteiten en een Design-Ride Special, die geursporen van en naar het NatLab zal trekken.

www.madlab.nl/puls/

Tekst door Walter van Hulst