Cornelis le Mair Landschap in Frankrijk
  • Ma 16 April

Eindhoven maakt kunst: Cornelis le Mair

De Eindhovense kunstenaar Cornelis le Mair trekt zich niets aan van kunst-hypes. In de traditie van de Oude Meesters schildert hij naakten, stillevens en landschappen. Maar het is hem niet te doen om de techniek op zich. “Het gaat om iets in je kop, het komt van binnenuit.”

Knutselen
Het huis van Cornelis le Mair (1944) is één groot kunstwerk. In de voormalige boerderij op Bokt, net buiten Eindhoven, zijn alle wanden en plafonds bedekt met kleurrijke doeken uit Oosterse landen. Aan dakbalken hangen violen op een rij, sierlijke houten kastjes staan vol met Chinees porselein, overal staan antieke vazen, schelpen, drinkglazen en droogbloemen. In een hoek staat een opgezette pauw. “Ik ben altijd van alles aan het maken,” zegt le Mair. Hij wijst naar de prachtige kleurige stoelen waar we op zitten: “Een timmerman zal me denk ik uitlachen, want ik heb ze zo maar in elkaar geknutseld. Gewoon, omdat ik het leuk vind om te doen.”

Spiritueel gebeuren
Cornelis le Mair is een buitenbeentje in de hedendaagse kunst. Hij schildert in de traditie van de 17e en 18e eeuw: stillevens, portretten en landschappen. Wat het eerst opvalt is de technische beheersing van het vak. De vouwen in een lap stof, de glans op een porseleinen kan, le Mair schildert het allemaal perfect. Maar: techniek is slechts een middel. “Een goede musicus doet ook meer dan alleen maar technisch perfect op de toetsen slaan. Het gaat om iets in je kop, het is een spiritueel gebeuren. Zo is het met mijn schilderijen ook: er zit een heel spel achter van licht en donker, compositie, kleur en beweging. Dat komt van binnen uit.”

Oude meesters
De schilderijen zien er uit alsof er weken van noeste arbeid in zit. Maar schijn bedriegt. Le Mair: “Het eerste wat ik ontdekte toen ik de oude meesters ging bestuderen, was dat ze heel snel werkten. Rembrandt schilderde zijn late zelfportretten vaak ik één dag! Er gaat veel werk aan vooraf, dat wel. Voor een naakt bijvoorbeeld maak ik heel veel schetsen en foto’s van een model, om de juiste houding en lichtval te vinden. Maar het uiteindelijke schilderij heb ik vaak in één of twee dagen af.”

Eigen wereld
Bij de oude oliekachel liggen Le Mairs drie honden lui met elkaar te stoeien. De stad Eindhoven, waar alles lijkt te draaien om innovatie en techniek, is hier heel ver weg. Le Mair schept zijn eigen wereld. Hij laat zijn atelier zien in een bijgebouw achter het huis. Hier maakt hij zijn grotere doeken, en zijn maquettes. Een fantastisch bouwwerk, vol met trappen en torens, staat op een tafel. Het doet denken aan Oosterse architectuur, maar is volstrekt origineel. Le Mair is veel in Azië geweest en gaat ieder jaar een maand of twee naar Bali. “Oosterse spiritualiteit zegt me geen fluit. Ik heb wel in boeddhistische kloosters rondgehangen, maar puur omdat ik de vormen en kleuren zo mooi vind.”

Van Abbehuis
Sinds een paar maanden huurt Le Mair de benedenverdieping van het Van Abbehuis. Hij exposeert er zijn eigen werk en dat van collega-kunstenaars. Ook geeft hij cursussen, hoewel hij meent dat hij anderen niet kan leren om kunst te maken. “Ik kan kennis overbrengen over de technieken van de oude meesters. Die kennis hebben nog maar heel weinig kunstenaars in huis. Maar zonder aangeboren talent blijft het toch een lege huls.”

Rotzooi en lelijkheid
Van hedendaagse kunst bij zijn buren, het Van Abbemuseum, moet hij niets hebben. “Volgens de kunstbonzen ben ik een anachronisme. En dat klopt ook wel, want ik haak al af bij Van Gogh. Al die avant-gardistische kunstenaars bedoelden het ongetwijfeld goed, maar ik vind het allemaal rotzooi en lelijkheid. Wat moet ik nou met een kunstenaar die een stapel stenen in de hoek van een museum legt?”

Op de kleine ezel in zijn woonhuis staat een bloemstilleven. Ernaast ligt een boek open van Jan van Huysum, de 18e-eeuwse grootmeester van het genre. Ter inspiratie. Le Mair gaat maar weer eens aan het werk. Hij wijst waar nog bloemen moeten worden bijgeschilderd, waar nog wat details moeten worden aangebracht. “Ja, die maak ik vanmiddag denk ik nog even af.”

Fotograaf: Peter Cox

Tekst door Anneke van Wolfswinkel